Conceptnota 'Reguleren erfbebouwing bij woonschepen'

Nota B en W
Portefeuille M.Rietdijk
Auteur Erik Mak/Jouke Kromkamp
Telefoon 5113884/3632
BWE/rosv Reg.nr. ROS/2003/518
ZONDER bijlagen
B&W-besluit


Onderwerp

Nota “Reguleren erfbebouwing bij woonschepen” 

Korte inhoud

Deze nota formuleert beleid voor het reguleren van erfbebouwing bij woonschepen. Deze regeling bevat aan de ene kant redelijke erfbebouwingsmogelijkheden, maar helpt om een te hoge hoeveelheid erfbebouwing te voorkomen. De erfbebouwingsregels bevorderen een goed doorzicht op het water en probeert de brandveiligheid te versterken. Deze nota past binnen het Spaarneplan en draagt bij aan het OPH (zoals: verbeteren leefomgeving, toeristische wervingskracht en een kwalitatief hoogwaardige inrichting van het buitenmilieu).

Aan het college van burgemeester en wethouders
Sector SO / afdeling Rosv-BSO
9 april 2003
Reguleren erfbebouwing bij woonschepen
 
Gemeente Haarlem

Besluit van het college van burgemeester en wethouders

  • 1. Voorlopig in te stemmen met de inhoud van deze nota en in het bijzonder het onder paragraaf 4 gesteld beleid.
  • 2. Deze nota ter kennisname naar de commissie Stedelijke Ontwikkeling te zenden.
  • 3. Deze nota vervolgens te bespreken met de Vereniging van Woonbotenbewoners.
  • 4. Na de reactie van deze Vereniging een defintief besluit te nemen.

Nota

1. Inleiding

Deze nota bevat beleid voor de gewenste erfbebouwing bij woonschepen. Aandacht wordt besteed aan de huidige situatie, de juridisch soms lastige combinatie van publiek- en privaatrecht, de inhoud van het beleid en tenslotte aan de procedure. In het kader van het Meerjarenprogramma bestemmingsplannen bestaat behoefte aan actuele bestemmingsplanvoorschriften voor woonschepen. Opdrachtgever is Spaarne-coŲrdinator Jouke Kromkamp.

2. Huidige situatie

De grond bij woonschepen is (in de meeste gevallen) in gebruik op basis van een huurprijs. Voor een aantal locaties bestaat geen overeenkomst. Het gebruik van de grond verschilt per aanlegplaats. Bij het ene schip is een open tuin aangelegd en blijft voor de wandelaar het zicht op het water bewaard. Bij andere schepen verstoren omvangrijke bouwwerken en hoge erfafscheidingen het zicht op het water geheel. Met name langs het Jaagpad (Schalkwijk) is her en der de situatie van een poort of ‘achterom’ ontstaan, in plaats van de recreatieve wandelroute zoals beoogd. Langs de Spaarndamseweg bij de Hekslootpolder ontnemen opstallen het zicht op de achter de woonschepen gelegen jachthavens.

3. Juridische aspecten

    • 3.1 Privaat- en publiekrecht
    • De gemeente speelt twee rollen bij erfbebouwing:

      • een publiekrechtelijke: maken van bestemminsplannen, geven van vergunningen, precario en APV;
      • een privaatrechtelijke: eigenaar en huurovereenkomsten.
    • De vrijheid om van het publiekrecht en het privaatrecht gebruik te maken is niet onbeperkt. De zogenaamde “tweewegenleer” stelt dat de overheid geen gebruik van het privaatrecht mag maken als dit het publiekrecht op onaanvaardbare wijze doorkruist. Belangrijke reden voor de voorkeur van het publiekrecht is dat dit democratischer tot stand komt. 
    • De in de paragraaf 4 opgenomen regels passen binnen de tweewegenleer.

      3.2 Vergunningsvrij

  • Bij woonschepen kunnen de tuinen als voortuin worden aangemerkt. In voortuin zou vergunningsvrij kunnen worden gebouwd. In de nieuwe Woningwet van 1 januari 2003 zijn alle vergunningsvrije bouwwerken gekoppeld aan een voorgevelrooilijn. Het is echter niet toegestaan in voortuinen bij woonboten vergunningsvrij te bouwen. De reden hiervoor is dat een woonschip (in tegenstelling tot bijvoorbeeld een woning) geen bouwwerk is, waardoor er simpelweg geen voorgevelrooilijn ontstaat.
  • 4 Gewenst beleid
    • Bij stedenbouwkundig onderzoek (bijvoorbeeld bij een nieuw bestemmingsplan) kunnen zones worden aangegeven waar tuinen bij woonschepen mogen en waar niet.
    • Indien wel gewenst:

        • Erfbebouwing: met een breedte van maximaal 3 meter en een oppervlakte van maximaal 6 m2 in de voortuin bij een woonboot en de hoogte niet meer dan 2.50 meter, met dien verstande dat deze bebouwing in verband met het doorzicht:
      • is geplaatst binnen het verlengde van de zijkanten van de woonboot en
      • de erfbebouwing tenminste 2 meter afstand tot de zijerfgrens houdt;
  • De tuinen bij woonschip apart te bestemmen (bijvoorbeeld bij woningen T en bij woonschip Tw) en deze nieuwe bestemming bij de eerstvolgende aanpassing van de Standaardvoorschriften op te nemen;
  • Het is van belang om bij bestemmingsplanherzieningen de eigendomssituaties goed in beeld te brengen;
  • Erfafscheidingen: maximaal 1 meter hoogte;
  • Het het hiervoor geformuleerde beleid vanaf heden op te nemen in nieuwe bestemmingsplannen en in nieuwe overeenkomsten.
    • 5. Hoe bereiken wij de gewenste situatie?
    • Het is gelet op de beperkte capaciteit en de kosten niet raadzaam een actieve opschoningactie te voeren. Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld onveilige situaties. Op termijn is ook een positieve verbetering te realiseren door het beleid verwoord onder 4 als uitgangspunt te hanteren bij nieuwe huur- en gebruiksovereenkomsten , bij de verkoop van de boot van eigenaar A aan eigenaar B en bij de voorschriften van nieuw op te stellen bestemmingsplannen. In dat geval van een wijziging van de huurovereenkomst bij verkoop is het van belang dat de huidige eigenaar van te voren wordt geinformeerd, zodat hij de potentiŽle kopers van een boot hierop kan attenderen. In bijzondere gevallen moet een incidentele afwijking van dit beleid uiteraard mogelijk zijn. 
    • 6. Verdere procedure

    • Voorgesteld wordt dat het college een voorlopig standpunt inneemt, het ter kennis brengt aan de raadscommisie SO en vervolgens bespreekt met de Vereniging van Woonbotenbewoners. Na reactie van deze vereniging kan een defintief besluit door het college worden genomen..
Nedstat Basic - Free web site statistics

.